vrijdag 21 augustus 2015

Meteren-Boxtel








Casper Rupert Bescherm bewoners lang het spoor VK 20-06-2019

Extra informatie bij artikel Casper Rupert

Brief van Noordelijke Gemeentes aan Staatssecr dd 14-5-2019



Extra maatregelen overlast trillingen en geluidshinder 24-04-2019


Kamer in debat over spoortracé BD 20-04-2019

Open brief van Goederentreinennee aan leden van deTweede Kamer dd 16-04-2019



Bijdrage Henk Schuurs in BD 29-03-2019

Petitie Goederentreinen Nee Meteren Boxtel. Teken hier in .


Brief van Staatssecretaris S. van Veldhoven Betreffende Meteren Boxtel dd 28 maart 2019




Weer uitstel (tot 2013) plannen Meteren Boxtel (22-10-2018)

Proef met langzamer rijdende goederentreinen van start tussen Meteren en Boxtel




Onze actiegroep is vermeld in de nieuwsbrief van Prorail


Geluiden tegen de plannen





























Het actiecomité Goederentreinen Nee is tegen de plannen om goederentreinen via de route Meteren-Boxtel te laten rijden. Vertegenwoordigers van het actiecomité waren aanwezig bij de informatiebijeenkomsten vanuit ProRail en gingen in gesprek met de staatssecretaris. We spraken met Henk Schuurs, voorzitter van Goederentreinen Nee.
“Ik vind het idee dat goederentreinen dwars door dorpen en steden rijden krankzinnig”, vertelt Henk. “Vanuit het Actiecomité brengen we de argumenten tegen de plannen op verschillende manieren naar voren, bijvoorbeeld via de media.”

Tegengeluid bij informatiebijeenkomsten

ProRail organiseerde in maart en april informatiebijeenkomsten om mensen te informeren over de plannen. Henk: “ProRail doet dat keurig en netjes. Ik vind de uitgangspunten van de plannen alleen niet oké, maar dat is een andere discussie”. Goederentreinen Nee was tijdens alle bijeenkomsten aanwezig en sprak met de bezoekers. Henk: “Ik merkte dat mensen het plezierig vonden dat er ook een tegengeluid aanwezig was en dat we live aanspreekbaar waren”.

In gesprek met de staatssecretaris

Eind april bracht staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, Stientje van Veldhoven, een bezoek aan de regio. Zij ging onder andere langs bij mensen thuis in ‘s-Hertogenbosch en Vught Noord. Henk was aanwezig bij het gesprek in ’s-Hertogenbosch, in de tuin van één van de omwonenden. “Ik waardeer de moeite die de staatssecretaris neemt om in gesprek te gaan en te luisteren naar onze zorgen. De staatssecretaris noemde dat zij zelf is opgegroeid in een boerderij langs het spoor. Door de jaren heen is er wel wat veranderd, er rijden veel meer treinen. Het is knap dat dit kan, maar vooral het rijden van treinen in de nacht vind ik dit een volstrekt slecht idee.” 

Breder probleem

“Je merkt dat het rijden van goederentreinen en de trillingen van treinen een breder probleem is”, vervolgt Henk. “Op veel meer plekken in het land is dit een issue. Een trein is beter voor het milieu dan bijvoorbeeld vervoer over de weg, maar voor het leefmilieu voor omwonenden vind ik het slechter. Hier vragen we vanuit Goederentreinen Nee aandacht voor. Vooral goederentreinen in de nacht zorgen voor overlast. Onderzoek laat zien dat geluid en trillingen een bedreiging zijn voor de volksgezondheid”. 

Wie is Goederentreinen Nee?

Het Actiecomité Goederentreinen Nee bestaat uit 38 mensen uit ’s-Hertogenbosch (Maaspoort, Orthen, het Zand Noord en Zuid, Paleiskwartier en Vughterpoort), Vught (Noord en Zuid) en Boxtel. Het comité wordt gesteund door verschillende wijkraden en gemeenten.
Kijk voor meer informatie ook op de website van Goederentreinen Nee(link is external)
Gepubliceerd op 

Inspreken Gemeenteraad H. Schuurs. 14-05-2018



Column
TONY VAN DER MEULEN


Met de pet is er altijd wat. Sommige mensen houden iets onder de pet en dat deugt niet. Bij anderen gaat iets juist weer boven de pet, en ook dat is nogal lastig.

In gedachten ben ik de laatste tijd bij Jan de Bruin, voorzitter van de dorpsraad van het doorgaans nogal rustige Meteren. Daar moet de omstreden aftakking komen van de Betuwelijn naar het spoor dwars door Brabant. Dat gaat veel wakkergetrilde nachten opleveren. Twee aspecten van dit enorme karwei fascineren me: hoe haal je het in je suffe hoofd om nog weer meer treinen door een dichtbevolkt gebied te laten rijden? Maar ook: hoe komt het dat een satanisch plan, waaraan vele jaren is gewerkt door ingenieurs die zelf nooit bij zo'n spoor zouden willen wonen, pas de laatste tijd echt tot iedereen doordringt?

In Meteren is er kritiek op de dorpsraad die al wel in een vroeg stadium over het dreigende onheil heeft mogen koffie drinken en het allemaal wel best vond. In een krantenstukje daarover stond een zin die zowel ontwapenend als onthutsend is, namelijk over voornoemde dorpsraadvoorzitter Jan de Bruin. Hij trekt zich de kritiek aan: 'We hebben meegepraat zonder de problemen te zien. Soms gaat het me ook boven de pet'.

Dat hoopten de plannenmakers van het spoor al: maak de verplichte inspraak lekker ingewikkeld, maar doe het zó vriendelijk en sussend dat je aan die dorpsraad geen kind hebt.

Ik heb echt te doen met Jan de Bruin. Het zal een uitermate aardige man zijn. Zo iemand die sneeuw ruimt voor de oude buurvrouw, collecteert voor allerlei bedreigde lichaamsdelen, verkeersregelaar is bij de avondvierdaagse en in die dorpsraad zit omdat hij het beste voor heeft met Meteren.

En dan gigantisch in het pak genaaid door ProRail. 'Soms gaat het me ook boven de pet.' Inspraak kan dieptriest zijn.

Brabants Dagblad 5-6-2018


Brief Staatssecretaris over Meteren Boxtel 31-05-2018


TNO rapport: Slapeloze nachten voorspeld voor aanwonenden Zuidwestboog; ook hinder in Den Bosch, Hedel en Waardenburg

Risicocommunicatie vervoer gevaarlijke stoffen per spoor (Rekenkamer) 22-01-2018)

OTB/MER deelrapport Bodem Meteren Boxtel 15-12-2017

Zienswijze Blb 23-04-2018

Aanbiedbrief Blb 23-04-2018

Aanbiedbrief definitief docx 18042018

Zienswijze definitief docx 18-04-2018

Zienswijze definitief pdf 18042018

Zienswijze definitief Individueel (op basis van Gemeente) 18-04-2018

Opmerkingen:
Nico v.d. Heuvel en ik hebben de opmerkingen verwerkt.
Ook hebben we na enig speurwerk nieuwe zaken toegevoegd.
Heel belangrijk daarvan vinden wij:
  • oud materieel kan niet over de Betuweroute, dus die oude meuk blijft/ gaat door de steden rijden;
  • het rijden met de gangbare goederentreinen over Betuweroute is maar liefst 50% duurder dan het rijden over gemengd spoor (dus door onze steden)

Schokkend hoe de overheid zo de Betuweroute, speciaal aangelegd voor goederentreinen, duurder maakt dan het rijden over  bestaand en uit te breiden spoor!
Het staat in de hierbij gevoegde zienswijze.

Over de zienswijze

Het is uiteindelijk uw in te dienen zienswijze. Als u zaken dus anders wilt formuleren, staat dat u uiteraard vrij.
Wij hebben hiermee “slechts” een veel besproken en bestudeerd document aangereikt. 
Ten behoeve van wijzigingen doorvoeren hebben we het document in Word bijgevoegd.
Als u het per mail gaat insturen, verdient het aanbeveling om er een PDF bestand van te maken.
(zie ook verderop onder Indienen) 

Er is een concept voorblad gemaakt.
Maakt u daarvan vooral uw eigen voorblad, met uw eigen naam erop en in een stijl, die u past.

U kunt overwegen om op het laatste blad van de zienswijze toe te voegen:
  • uw naam /naam organisatie
  • plaatsnaam en datum
  • handtekening

Over de indiening

Het ministerie heeft graag dat u de zienswijze elektronisch indient.
Het mag echter ook nog ouderwets per post.
Nico v.d. Heuvel en ik zijn precies en ouderwets. Daarom prefereren wij:
  • elektronisch per e-mail (kan met verzoek ontvangstbevestiging)
  • per post en dan zelfs als aangetekende verzending.

Zo weet je zeker dat de zienswijze is aangekomen.

per post

aan de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu
i.h.c. Directie Participatie
Ontwerp Tracébesluit PHS Meteren – Boxtel
Postbus 30316
2500 GH  Den Haag

elektronisch


kies daar : Programma Hoogfrequentspoorvervoer Meteren – Boxtel

ga naar : fase 2 zienswijze indienen op Ontwerp Tracébesluit en Milieu Effectrapportage
(staat in een tabel met fase 1, fase 2 en fase 3). Klik fase 2 aan,

Scroll naar Dien uw zienswijze digitaal in

Als je dat aantikt krijg je een indieningsformulier.
Dat moet je invullen (is vergelijkbaar met de aanbiedingsbrief).
Je kunt de zienswijze (liefst in PDF bestand) toevoegen als bijlage.
(het formulier staat toevoegen toe van diverse bijlagen).

Let op
Mocht het je zo niet lukken, laat het me meteen weten.
Want het is net als met het de weg wijzen: een stapje van linksaf of rechtsaf per abuis overgeslagen en je komt niet waar je wezen moet.
Samen bezien we dan wat er fout ging. Ik kan dan ook anderen erop attenderen.

Aanbiedingsbrief

Maak uw eigen aanbiedingsbrief, waaruit moet blijken of u een rechtspersoon bent dan wel een natuurlijk persoon en waarin moet zijn aangegeven dat en waarom u belanghebbende bent.

Veel succes met uw actie!

Groet,

Henk Schuurs
(met veel dank aan Nico v.d. Heuvel, die heel veel werk verzet heeft!)

073 – 822 47 49

06 – 123 75 182



Waterschappen hebben bezwaar OTB Verdiept spoor Vught en hun Zienswijze (12-04-2018)


Voorbeeld Zienswijze (11-04-2018)

Voorbeeld Aanbiedbrief (11-04-2018)


Getallen Aantal goederentreinen Meteren Boxtel

Naar ik hoop is het op deze manier duidelijk dat de Prognose van 166 goederentreinen wel eens max 40.
Waar ProRail plots het gegeven van 69 vandaan haalt is voor mij een raadsel. (Rob Borgsteijn)


Zienswijze Ontweptracé PHS en MER Gemeente 's-Hertogenbosch 23-03-2018


Zienswijze (hoe) Samen voor Vught


Zienswijze Geldermalsen 13-03-2018 (concept)


Persbericht vijf gemeentes 27-03-2018


Samenwerkende gemeenten hebben 13 vragen (BD 29-03-2018)


Brief Staatssecretaris over Meteren-Boxtel 1-2-2018

Antwoord op brief aan Staatssecretaris over Meteren-Boxtel van 1-2-2018


Klaverblad 20-07-2016


Prorail Meteren Boxtel Onderzoek naar Voorzienbaarheid en Nadeelcompensatie

Platvorm participatie, en alle documenten

PHS Bibliotheek (prorail)

donderdag 13 augustus 2015

Mailports Ontstaan en Toekomst


Tegenvaller Haven Rotterdam: Minder kolen en containers!

Rotterdam en Schiphol zijn GEEN mainports


FD 24 nov 2015: De Havens van Rotterdam en Amsterdam gaan sluiting kolencentrales voelen!


donderdag 13 augustus 2015

‘Andere visie op Mainports hard nodig'

LEON VAN HEEL Algemeen Dagblad

ROTTERDAM De miljardeninvesteringen in de Rotterdamse haven en Schiphol hebben hun langste tijd gehad. „De overlast van de goederen- en passagiersstromen neemt toe,
terwijl die doorvoer steeds minder oplevert,” constateert onderzoeker Dirk Koppenol van de Erasmus Universiteit Rotterdam.
In plaats van het grootste knooppunt, doet Nederland er voortaan beter aan het slimste te willen zijn.
15 Miljard euro is er de afgelopen decennia geïnvesteerd in de zogeheten Mainports, Schiphol en de Rotterdamse haven, omdat deze twee knooppunten de economie aanjagen.
De Tweede Maasvlakte, de Betuweroute, de Polderbaan en de Hogesnelheidslijn zijn uit de grond gestampt. Die projecten dragen bij aan de economie, maar nu is het tijd om
pas op de plaats te maken, stelt Koppenol.
„Moet Nederland als een van de dichtstbevolkte landen op aarde blijven inzetten op het aantrekken van steeds meer goederen- en pas-sagiersstromen of moet er veel meer
geïnvesteerd worden in onderwijs, innovatie en de ontwikkeling van andere sectoren?”
Dirk Koppenol heeft over het Mainportconcept, dat de afgelopen decennia hoogtij vierde, een bundel samengesteld die is uitgegeven door de ondernemersdenktank
Stichting Maatschappij en Onderneming (SMO).
Daarin komen experts aan het woord, onder wie de professoren Bert van der Wee, Lasse Gerrits en doctoren Menno Huijs en Klara Paardenkooper.

Toekomstvisie
Het zal niet meevallen het Mainportdenken overboord te zetten, beseft Koppenol: „De ambitie om het belangrijkste knooppunt van Europa te zijn, verwoordt voor iedereen duidelijk waar het naartoe moet met Schiphol en Rotterdam.
Maar er zijn nu ontwikkelingen die aanzetten tot een andere toekomstvisie.”
Behalve overlast en de dalende marges in het transport noemt hij ook de dalende werkgelegenheid in de logistiek.
„Neem bijvoorbeeld de volledige automatisering van de containeroverslag op de Tweede Maasvlakte, waardoor steeds minder mensen nodig zijn.”
Ook stellen de experts dat Nederland, door zich als klein land te richten op transport, wel erg afhankelijk is van het buitenland.
„De uitdaging is om die sectoren van de toekomst te vinden die in Nederland tot bloei kunnen komen.
”Ondertussen blijft Nederland wel een transportland", relativeert hij. „Met Schiphol en Rotterdam hebben we twee grote knooppunten met goede verbindingen,
of in het geval van de Betuweroute een in potentie goede verbinding naar het achterland.”

Ommezwaai
Hij ziet in die twee ‘Mainports’ zelfs de aanjagers voor de ommezwaai naar de nieuwe toekomstvisie.
„Op dit moment is een samenwerkings-verband tussen het Havenbedrijf Rotterdam, de Erasmus Universiteit, TU Delft, ondernemersorganisatie Deltalinqs en de gemeente Rotterdam al bezig met het stimuleren van het onderzoek naar toekomstige activiteiten waarmee de haven geld kan verdienen.”

Rotterdam en andere mainports

donderdag 12 maart 2015

HSL


HSL ZUID

Aanbesteding Hoge Snelheidstrein. Kan dit echt in Nederland gebeuren???


Nieuwe Corridor?

Tracé hogesnelheidslijn Utrecht – Eindhoven


Een hogesnelheidslijn (HSL) tussen Utrecht en Eindhoven is geen los staand project. Het wordt onderdeel van de binnenlandse hoofdlijn Randstad – Zuiden, en van een HSL corridor naar het buitenland, in dit geval naar Aachen. Deze ‘HSL-ZuidOost’ wordt zodoende onderdeel van een Europees HSL-net. Het bestaat uit, achtereenvolgens:
hsl-zuidoost-schema

Tussen Utrecht en Eindhoven zou de HSL de bestaande lijn volgen – aangelegd als Staatslijn H Utrecht – Boxtel (1870), en Staatslijn E Boxtel – Eindhoven (1866). Hier wordt gekeken naar aanpassing en uitbreiding van het tracé, met in elk geval een bypass van Geldermalsen. De eerste versie van dit voorstel werd hier in 2008 geplaatst, maar inmiddels is er veel veranderd bij Utrecht en Den Bosch.
Ombouw tot HSL veronderstelt in elk geval het opheffen van alle overwegen, en overschakelen op 25 kV wisselstroom, inmiddels standaard voor hogesnelheidslijnen. Dat heeft gevolgen voor de aansluitende lijnen, maar een grondige verbouwing van het spoorwegnet is een voorwaarde voor alle hier voorgestelde HSL-corridors.

Utrecht – Houten – Lek

Station Utrecht Centraal wordt momenteel geheel verbouwd, en dat moet voldoende zijn voor alle toekomstig verkeer. Aan de zuidkant wordt de sporenbundel verbreed, met acht sporen door het nieuwe station Vaartsche Rijn. Ten zuiden daarvan, zijn er nieuwe ongelijkvloerse kruisingen in aanleg, bij de aftakking van de lijn naar Arnhem. (De vroegere aansluiting richting Maliebaan is opgeheven).
Net voor station Lunetten, zou een nieuwe spoorlijn Utrecht – Breda aftakken. Hoewel deze al sinds de 19e eeuw gepland is, zijn de nieuwe kruisingen daarop niet bedacht. De uitvoering is moeilijk door de kruising met de A27, de ligging van Knooppunt Lunetten, en het volbouwen van de omgeving. Mogelijk kan de lijn naar Breda van de lijn naar Arnhem aftakken, met een viaduct over het station en knooppunt heen.
De lijn Utrecht – Houten wordt momenteel verbreed tot vier sporen, met de snelle sporen aan de buitenkant. Er is geen alternatief voor dit tracé, en een een echte HSL door Houten is niet haalbaar. Vanaf de rand van Houten is de lijn weer tweesporig. Van daar tot aan de Lek is het waarschijnlijk makkelijker, om een HSL naast de bestaande lijn aan te leggen. Na een nieuwe spoorbrug over het Amsterdam-Rijnkanaal volgt dan een ongelijkvloerse kruising in de polder.
De spoorlijn doorsnijdt het lintdorp Schalkwijk. Een verdiepte ligging, vergelijkbaar met die bij Abcoude, is zeker mogelijk – ook met een station op maaiveld aan de noordzijde. Een flauwe bocht vlak bij de dorpskern wordt daarbij verruimd. Het is echter de vraag of ondertunneling nodig is. Er is hier geen doorgaand verkeer, en een eenvoudige onderdoorgang voor de smalle dorpsstraat is voldoende.
HSL tracé na Houten

Na Schalkwijk loopt de lijn door de polder, richting Lekbrug. Een tweede bocht, in de weilanden bij km 14, kan makkelijk worden verruimd. Aan beide kanten is ruimte voor een extra spoor: mogelijk zou de HSL hier overgaan naar een eigen tracé aan de oostzijde. Met hoge snelheid over de bestaande sporen kan niet, ook al is het tracé recht en vlak. De lijn is in de 19e eeuw aangelegd, voor stoomtreinen: meer dan de huidige 130 km/h is niet haalbaar.

Lekbrug tot Maasbrug

De HSL zou het bestaande tracé door Culemborg volgen, met een nieuwe kruising van de Lek. Een nieuwe brug pal naast de bestaande spoorbrug, vereist verbreding tot vier sporen van de hoge spoordijk door Culemborg. Dat is moeilijk uit te voeren terwijl de lijn in gebruik blijft, en ook deze spoordijk is niet als HSL ontworpen. Een geboorde HSL-tunnel kan niet pal naast de bestaande spoordijk en brugpijlers. Heel misschien kan de bestaande brug voor hoge snelheden verbouwd worden, met een nieuwe tunnel voor de stoptreinen aan de oostzijde, op circa 30-40 m afstand. Dat heeft het voordeel dat de stoptreinen beter kunnen afremmen en optrekken, met behulp van de helling. Station Culemborg kan in dat geval dichter bij de historische stadskern liggen.
Waarschijnlijk is een HSL op viaduct de beste oplossing . Dat kan het beste aan de westzijde, waar een ruime groenstrook beschikbaar is. De HSL ligt dan circa 20 m van de bestaande lijn, wat minder bij het passeren van het station. (Aan de oostzijde is er ook een groenstrook, maar niet zo breed, en ernaast zijn nieuwe woningen gebouwd).
hsl-culemborg

Ten zuiden van Culemborg loopt de spoorlijn door open veld, met een enkele overweg. Ook hier geldt dat een nieuwe HSL ernaast de voorkeur verdient. Een bypass van Geldermalsen zou bij km 22 aftakken, en bij km 30 weer aansluiten. Zijn tracé wordt marginaal korter dan de bestaande lijn, dus circa 8 km lang. Het loopt grotendeels door agrarisch gebied, maar zou vooral in tunnel lopen, ook om de Linge te kruisen.
De aanleg van een bypass vermijdt Station Geldermalsen, de gelijkvloerse kruising met de oude Betuwelijn, de bochten vlakbij het station, de lijn dwars door Tricht, en de gelijkvloerse kruising met de Lingedijken. Een nieuw tracé vermijdt ook de aansluitingen met de nieuwe Betuweroute, en kruist deze spoorlijn en de A15 in open veld.
hsl-bypass-geldermalsen

Vanaf km 30 is het bestaande tracé door Waardenburg en Zaltbommel kaarsrecht. Ook hier is een HSL naast de bestaande lijn makkelijker aan te leggen. In Waardenburg ligt bijna alle bebouwing aan de westkant: een nieuwe lijn en tweede Waal-spoorbrug, kunnen het beste aan de oostkant. Dat betekent wel, dat de HSL de oude lijn eerst moet kruisen, bij km 30. Het voormalige station Waardenburg kan na de aanleg heropend worden.
Oostzijde van de spoordijk in Waardenburg…
waardenburg-oostzijde

Aan de overkant van de Waal, in Zaltbommel, loopt de spoorlijn door een bedrijfsterrein. Ernaast liggen heel ruime groenstroken: een HSL op viaduct kan probleemloos aan de oostkant van de lijn. Het huidige station kan niet verplaatst worden, al ligt het onhandig. De spoorlijn werd nu eenmaal buiten de historische stad aangelegd, en het station kan niet op een helling dichter bij de brug.
brug-hsl-zaltbommel

Tussen de Waal en de Maas, loopt de lijn bijna kaarsrecht door agrarisch gebied, met één flauwe bocht bij km 40. Ook hier kan een nieuwe lijn naast de oude. Bij Hedel loopt de lijn buiten het dorp, en ook hier kan het voormalige station weer open.
Het 30 km tracé, tussen Schalkwijk en de Maas, kan voor relatief hoge snelheden worden ingericht. Het voorbeeld is de HSL-Zuid tussen Hoofddorp en Rotterdam, dat ook voor 300 km/h is ontworpen, over een afstand van 48 km.

Door Den Bosch en Vught

Direct na de Maasbrug is er een scherpe bocht. Met de nieuwe snelle sporen aan de oostzijde, is het wel mogelijk om de nieuwe spoorbrug ‘schuin’ aan te leggen, dat wil zeggen onder een kleine hoek ten opzichte van de bestaande brug. De verdraaiing wordt hooguit twee graden, maar daarmee kunnen twee flauwe bochten aan weerskanten van de brug, één scherpe bocht aan de zuidkant vervangen. Voor de scheepvaart maakt dat niets uit: wel komt de lijn circa 50 m dichter bij de aangrenzende nieuwbouwwijk te liggen. Er blijft dan nog 30-40 m vrij tussen spoor en huizen.
Verschuiving HSL tracé bij Maasbrug

Verderop draait de lijn in een ruimere bocht om de Ertveldplas, en kruist vervolgens de Dieze naar het station. In dit tracé zit onvermijdelijk een S-bocht, maar het kan iets verbeterd worden, door de lijn dichter bij de Ertveldweg te leggen. Het tracé moet iets verschuiven bij de aanleg van extra sporen, en ook de overweg Orthen moet worden vervangen. Verschuiving vereist wel een nieuwe viaduct over de Zandzuigerstraat, en een nieuwe brug over de Dieze.
Dat is een probleem, want de Dieze-bruggen zijn net verbouwd. Hier sluit de lijn uit Nijmegen aan, op de lijn uit Utrecht. De oude aansluiting lag net voor een tweesporige brug. Die is vervangen door een ongelijkvloerse kruising, bestaande uit vier sporen over de Dieze, waarvan één op flyover.
ProRail heeft feitelijk het tracé ‘bevroren’ in zijn huidige toestand. Het ontwerp houdt geen rekening, met een beter tracé langs de Ertveldplas – of met vier sporen uit de richting Utrecht. Dat is wel een voorwaarde voor de HSL naar Eindhoven, en ook voor nieuwe stations, bijvoorbeeld bij Orthen en de Vinex-wijk Maaspoort.
De aansluiting bij de Dieze moet ook rekening houden met de voorgestelde vier sporen tussen Den Bosch en Oss. Er is ruimte voor nog een brug aan de westzijde van de nieuwe kruising, met een vijfde spoor over de Dieze. Voor een zesde spoor, aan de oostkant van de drie vernieuwende spoorbruggen, moet de nieuwe flyover worden verbouwd.
Extra sporen over de Dieze: basiskaart van Jan-Willem van Aalst, onder CC3.0 licentie
Aanpassing vrije kruising Den Bosch tbv HSL

Een alternatief voor viersporigheid op het bestaande tracé is het Crèvecoeur tracé, dat de bestaande lijn verlaat na de Maasbrug, en naast de oude Rijksweg loopt (Treurenburg). Nadeel is dat het tracé door de Ertveldplas loopt: voordeel is dat de Diezebruggen niet aangepast hoeven te worden.
Station Den Bosch is de laatste jaren ook verbouwd. Als de twee lange eilandperrons niet voldoende zijn, lijkt er wel ruimte voor een zesde perron (zijperron) aan de westzijde.
Ten zuiden van Station Den Bosch is de sporenbundel breed, tot aan de brug over het Afwateringskanaal (naast de Dommel). Op de drie kilometer tot Station Vught zijn er drie bochten, vooral omdat de lijn Fort Isabella ontwijkt.
Een tracé-correctie was wel mogelijk geweest, bij de herontwikkeling van het kazerne-terrein, maar ook hier heeft ProRail het tracé ‘bevroren’. Bij de bouw van nieuwe wegen is het huidige tracé als uitgangspunt genomen, inclusief bochten. Er is wel een derde spoor toegevoegd, en net genoeg ruimte gereserveerd voor een vierde. Een ongelijkvloerse kruising met de spoorlijn Tilburg – Den Bosch kon er niet bij.
den-bosch-vught

De voorgestelde HSL Tilburg – Den Bosch volgt een nieuw tracé: eventueel zou de bestaande lijn sluiten. Ook bij handhaving als regionale lijn, wordt de aansluiting Vught verschoven naar de Helvoirtseweg (N65). Enige sloop in Vught is onvermijdelijk, om hier een ongelijkvloerse kruising te realiseren.
Verschuiving spoorlijn door Vught…
Aansluiting in nieuwe spoortunnel door Vught.   HSL in tunnel door Vught

Een hoge snelheid over de eerste drie kilometer na Den Bosch is op deze wijze niet haalbaar. Vanaf Station Vught is het tracé recht, en er is ruimte voor extra sporen. Mogelijk gaan station en spoor ondergronds, net als in Best. De verdiepte ligging van de N65, dat hier overgaat in de A65, is daarbij een probleem. Mogelijk kan de weg enkele meters dieper, waardoor de spoorlijn voldoende kan dalen, vóór het station.
Een ingrijpend alternatief is een geheel nieuw tracé dwars door het oude Fort Isabella. Deze zou aansluiten op de rechte lijnstukken, door zowel Station Den Bosch als Station Vught. Het tracé is een flauwe bocht, waarmee hoge snelheden wel haalbaar zijn. Ook in deze variant is een tunnel door Vught mogelijk, en wenselijk.
De tunnel zou weer boven komen vlak bij de rand van Vught, bijvoorbeeld net voor de Wolfskamerweg, dat zelf een onderdoorgang krijgt. Een nieuw station Vught-Zuid is hier denkbaar. De tunnel wordt dan circa 1700 m lang.

Boxtel tot Eindhoven

Tussen Vught en Boxtel loopt de lijn door agrarisch gebied. Hier is de aanleg van extra sporen probleemloos, eventueel naast de bestaande lijn. Het tracé door Boxtel zelf is echter ongeschikt: een S-bocht, met daarop het station en de aansluiting met de lijn uit Tilburg. Na de bouw van de voorgestelde hogesnelheidslijn Tilburg – Eindhoven, rijden er minder treinen vanuit Tilburg, maar capaciteit is toch niet het probleem hier. Het station werd in de jaren ’90 al verbouwd, met acht sporen, en met gescheiden perrons voor de richtingen Tilburg en Den Bosch.
Het is vooral de bocht ten noorden van het station, dat de snelheid beperkt. In de huidige toestand is er ook geen ruimte voor extra sporen hier. Een oostwaartse tracé-verschuiving bij het station wordt belemmerd door fabrieksgebouwen, pal naast de sporen. Naast die fabrieken is er weer een bocht. Een kilometer verderop ligt de ongelijkvloerse kruising van de Tilburgse en Bossche lijnen, ook met bochten.
Sloop is hier onvermijdelijk. Met de sloop van van tientallen woningen langs de Ridder van Cuijkstraat, kan de noordelijke bocht verruimd worden, en verbreed tot vier sporen (witte stippellijn). De snelle sporen passeren het station bij voorkeur in tunnel, gelegen tussen de huidige perrons. Ze komen weer op maaiveld, voorbij Kasteel Stapelen, aan de oostzijde van de sporenbundel (groen op de kaart). Ook denkbaar is dat de regionale treinen via een diveunder het ‘Tilburgse’ perron bereiken, en dat het ‘Bossche’ perron verdwijnt. Ook in dat geval moet de bocht bij de fabrieken verruimd worden, met extra sporen aan oostzijde, tot voorbij de Keulsebaan.
boxtel-hsl

De aansluiting bij Liempde moet dan worden uitgebreid. In zijn huidige vorm kunnen treinen niet naar snelheid gescheiden worden, en dat is een voorwaarde voor gebruik van de lijn tot aan Eindhoven als HSL. Die lijn werd in de jaren ’90 viersporig gemaakt, maar zonder aanpassingen bij Liempde zijn de sporen gewoon niet naar snelheid in te richten. Ze zijn geschikt voor 140 km/h, maar ook dat geldt niet meer als ‘hoge snelheid’. De lijn moet daarom verbouwd worden voor 200 km/h, over de 16 km tot aan Beukenlaan. Een vijfde spoor voor het goederenverkeer is ook wenselijk.
Bij de aanleg van Station Best in ondiepe tunnel, is geen rekening gehouden met extra sporen, of met ombouw tot HSL. Twee perrons, logischerwijs de zijperrons aan de buitenste sporen, moeten worden gesloten als treinen met 200 km/h passeren. Ook het geplande station bij Acht (‘Station Eindhoven Airport‘) moet daarvoor ingericht worden.
Aan de rand van Eindhoven, zou de voorgestelde HSL uit Tilburg aansluiten op het tracé. Als die lijn de A58 volgt, gebeurt dat met een flyover bij km 53, anders vanuit een tunnel bij km 55. Het lijkt wenselijk om de resterende 3-5 km opnieuw in te richten, met zes sporen tot aan Station Eindhoven. Daarbij zou Station Eindhoven Beukenlaan twee perrons behouden, voor regionale treinen.
1500 m na Station Beukenlaan draait de lijn circa 45 graden, naar Station Eindhoven. Hier is zeker geen ruimte voor nieuwe kruisingen: de treinen moeten al ‘voorgesorteerd’ zijn, als ze Beukenlaan passeren. In de binnenstad is uitbreiding tot zes sporen problematisch, vanwege de aangrenzende gebouwen.
Station Eindhoven zou zijn huidige vorm behouden: drie eilandperrons zijn voldoende. Nieuwe ongelijkvloerse kruisingen aan de oostzijde zijn wel een vereiste, voor de HSL naar Aachen en een HSL naar Venlo.

Reistijden over de HSL ZuidOost

De afstand Utrecht – Eindhoven verandert nauwelijks met de aanleg van de HSL. Alle tijdwinst komt van het sneller rijden over nieuw spoor, en het wegvallen van alle conflicten met het overige verkeer. Na de aanleg van een HSL naar Aachen, zijn de afstanden en reistijden als volgt:
  • bestaande route Amsterdam Utrecht 35 km, vanaf station Arena volledig in gebruik genomen voor 200 km/h, circa 20-25 min
  • HSL Utrecht – Eindhoven, marginaal korter dan de bestaande route van 80 km, tussen Amsterdam-Rijnkanaal en Maas voor 250 km/h nieuw aangelegd, tussen Vught en Eindhoven voor minimaal 200 km/h verbouwd, reistijd 35 min inclusief een tussenstop in Den Bosch
  • HSL Eindhoven – Sittard, ongeveer 60 km lang, tot 250 km/h, 20-25 min
  • of alternatief, A2-HSL langs Maasbracht, 12 km routeverkorting, tot 250 km/h, 25-30 min
  • HSL Sittard – Aachen ongeveer 35 km lang, 15 min
De totale reistijd Amsterdam – Aachen zou op 90 – 105 minuten uitkomen. Een reistijd van 90 minuten impliceert een snelheid van gemiddeld 140 km/h – zeker niet onrealistisch, ook met vier tussenstops.

woensdag 25 februari 2015

Onze Geschiedenis opnieuw bezien

NRC
      In beeld
25-09-2001
Netelenbos stelt zuidtak van Betuwelijn uit
Door een onzer redacteuren
DEN HAAG, 25 SEPT. De aftakking van de Betuwelijn richting Venlo is op de lange baan geschoven. Minister Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) heeft de Tweede Kamer gisteren in een brief laten weten dat een beslissing over de aanleg van de zogenoemde zuidtak (Elst-Nijmegen-Venlo) op dit moment niet nodig is. De groei van het goederenvervoer over het spoor kan tot ongeveer 2020 op andere manieren worden opgevangen.
Netelenbos baseert haar besluit op onderzoek dat Railned (de organisatie die bepaalt hoeveel treinen er kunnen rijden) heeft gedaan naar de toekomstige afwikkeling van het spoorvervoer in zuidoostelijk Nederland. Ze zegde de studie al in 1999 toe, nadat de betrokken provincies, gemeenten en de Tweede Kamer hadden geconstateerd dat een visie op de ontwikkeling van het spoorvervoer in Gelderland, Brabant en Limburg ontbrak. De samenhang tussen de verschillende (nieuwe) spoorlijnen was volgens hen niet helder.
Railned concludeert dat de capaciteitsproblemen van het reizigers- en het goederenvervoer op de route Roosendaal-Tilburg-Eindhoven-Venlo worden opgelost als de Betuwelijn (Rotterdam-Duitse grens) in 2005 klaar is. Vanaf 2010 doemen nieuwe problemen op, die volgens Railned door een herverdeling van het goederenvervoer zijn te ondervangen.
Met de aanleg van kleine stukken nieuw spoor en aanpassingen aan het bestaande net denkt Railned voorziene capaciteitsproblemen na 2015 en 2020 het hoofd te kunnen bieden. Ook zouden goederentreinen dan over zuidelijker gelegen routes moeten gaan rijden, zoals de IJzeren Rijn (Antwerpen-Duitsland via Limburg), die in ere zal worden hersteld.
Netelenbos stelt op basis van deze bevindingen dat de zuidtak voorlopig niet nodig is. Ze sluit niet uit dat de zuidtak weer in beeld komt als het spoorvervoer onverwacht explosief groeit.
In september 1999 schrapte Netelenbos al het plan voor de noordtak van de Betuwelijn (Elst-Oldenzaal). Die was volgens haar overbodig, omdat een deel van de 110 treinen die anders rond 2015 over de noordtak zouden hebben gereden, net zo goed langs noordelijker routes kunnen worden geleid, onder meer via de nog aan te leggen Hanzelijn of Zuiderzeelijn. De regionale treinen voor het oosten van het land kunnen via de bestaande lijn Elst-Deventer-Hengelo gaan. De internationale treinen van de noordtak zouden via Emmerich moeten. Het kabinet houdt wel vast aan de aanleg van de hoofdtak van de Betuwelijn, van Rotterdam naar Zevenaar.
NRC
13-12-2006
Economisch is het ‘t slimst om hem niet te gebruiken
Door Arjen Schreuder
De opening van de Betuwelijn op 2 januari 2007 is met zes weken vertraagd. De Kamer spreekt vandaag over deze zoveelste tegenslag voor de goederenspoorlijn.
Rotterdam, 13 dec. En weer komt de trein later. Afspraak was dat de Betuwelijn op 2 januari feestelijk zou worden geopend. Dat gaat niet lukken, liet minister Peijs (Verkeer, CDA) vorige week aan de Tweede Kamer weten. De technische installaties in de tunnels – onder meer sprinklers, camera’s, verlichting, ongevalsdetectoren en afzuiginstallaties – zijn nog niet klaar.
Het is de zoveelste tegenslag in de moeizame geschiedenis van de omstreden goederenspoorlijn. De meeste betrokkenen reageren dan ook laconiek. Jammer, zeggen ze, maar laten we de vertraging niet dramatiseren.
En gelijk hebben ze: er gaan toch niet meteen veel treinen over rijden. Exploitatiemaatschappij Searail heeft voor komend jaar nog geen ritten gereserveerd. Alle goederenvervoer wordt voorlopig nog over het bestaande spoor geleid, tussen de passagierstreinen door.
En mocht er onverwacht toch veel vraag komen naar het nieuwe spoor, dan zijn er onvoldoende locomotieven beschikbaar met het speciale veiligheidssysteem voor de Betuwelijn.
Minister Peijs verwacht dat de belangstelling van de vervoerders .groot zal worden. Over een paar jaar zullen we nog wat beleven, voorspelt zij: „Dan wordt het hartstikke vol op de Betuwelijn.”
Dat zegt ook Johan ter Poorten, manager externe betrekkingen van goederenvervoerder Railion én secretaris van de belangenvereniging voor railgoederenvervoerders, BRG: „De Betuwelijn wordt een succes.”
Waar is dit optimisme op gebaseerd?
De vervoerders wijzen op de groei van het goederenvervoer per spoor van de laatste jaren, zo’n 5 tot 10 procent per jaar. En ze wijzen op het groeiende aanbod aan containers uit China, die vanuit de Rotterdamse haven moeten worden verspreid over Europa.
Vergeet ook niet, zegt Ter Poorten, dat files het wegvervoer minder aantrekkelijk maken. „In Rotterdam komen containerschepen met de lengte van de Eiffeltoren. Je moet er toch niet aan denken dat al die containers over de weg moeten? Dan moeten we een tweede A15 aanleggen.”
Er is meer goed nieuws. Er wordt gewerkt aan de aansluiting van de Betuwelijn op het Duitse spoor. Het baanvak tussen Emmerich en Oberhausen wordt gemoderniseerd, zodat er meer treinen per uur over kunnen rijden.
En afgelopen vrijdag is een overeenkomst gesloten over het geld dat vervoerders moeten betalen voor het gebruik van het spoor. Over deze zogenoemde spoortax is jaren gebakkeleid door spoorbeheerder ProRail en de vervoerders.
Voor een kostendekkende exploitatie van de Betuwelijn en het bestaande spoor kwam ProRail uit op een bedrag dat vele malen hoger lag dan het gangbare tarief. Dat wilden de vervoerders niet.
Afgesproken is voor komend jaar een tarief van 1,15 euro per trein per kilometer, zowel op het bestaande spoor als op de Betuweroute. Dat bedrag is weliswaar 20 procent hoger dan het huidige tarief, maar aanzienlijk minder dan wat ProRail had willen berekenen voor de Betuwelijn. Het akkoord is mede te danken aan minister Peijs en de Tweede Kamer, die voor de komende vijf jaar een overgangssubsidie van ruim 30 miljoen euro beschikbaar heeft gesteld.
De komende jaren gaat de spoortax op het bestaande spoor geleidelijk omhoog, naar zo’n 2,50 euro in 2012. Over de tarieven voor de Betuwelijn na 2007 is nog geen beslissing genomen. Exploitant Searail kondigt ‘flexibele’ tarieven aan.
De vervoerders zijn voorlopig dus tevreden. Maar hoe zit het met de belastingbetaler? Die heeft in ieder geval al opgedraaid voor de kosten van de aanleg, een kleine 5 miljard euro. En door de lage spoortax, zeggen critici, kost elke trein die over de lijn rijdt nog meer geld.
Bert van Wee, hoogleraar transportbeleid en logistieke organisatie aan de Technische Universiteit Delft: „Iedere econoom ziet dat het beter is om de Betuwelijn niet te gebruiken. Je zou de lijn het beste kunnen laten wegroesten. Maar dat is gezichtsverlies en politiek onverkoopbaar.”
„Een duivels dilemma is het”, zegt Erik Verhoef, hoogleraar ruimtelijke economie aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Eigenlijk zou je de Betuwelijn pas moeten gebruiken als de vervoerders in de rij staan – én er goed voor willen betalen.” Maar, denkt Verhoef: „Dat zal wel niet zo snel gebeuren, want de binnenvaart blijft goedkoop.”
Tot het moment dat de lijn rendabel wordt, zou hoogleraar Verhoef één keer per jaar een trein over de Betuwelijn willen laten rijden. „En daarin zitten dan alle leden van de Tweede Kamer, om te zien waarvoor ze verantwoordelijk zijn. Maar ja, dat gebeurt niet. We laten straks met veel verlies treinen rijden. Niet om het milieu te sparen, zoals de bedoeling was, maar om kolen naar Duitsland te vervoeren.
Onzin, zegt Johan ter Poorten van de belangenvereniging voor railgoederenvervoerders. Volgens de secretaris is het oneerlijk om van spoorlijnen te eisen dat ze rendabel zijn. „Ik begrijp dat niet. Bij snelwegen is die vraag nooit aan de orde.”
Maar zo makkelijk komen de vervoerders niet weg. De Tweede Kamer heeft weliswaar voor de komende vijf jaar subsidie beschikbaar gesteld, maar verwacht voor daarna een sluitende exploitatie. PvdA-Kamerlid Sharon Dijksma: „Je kunt niet van een samenleving verwachten dat die éérst onder zware druk van de haven van Rotterdam een spoorlijn van bijna 5 miljard aanlegt voor commerciële vervoerders, om vervolgens die spoorlijn ook nog eens tot in de eeuwigheid te ondersteunen.”
Wie, wat en waarom
Aan de besluitvorming over de Betuwelijn zijn drie kabinetten te pas gekomen: Lubbers II (CDA, VVD), Lubbers III (CDA, PvdA) en Kok I (PvdA, VVD, D66). Het begon in 1989, toen VVD-minister Neelie Smit-Kroes de Betuwelijn opnam in het ‘structuurschema verkeer en vervoer’.
In 1995 besloot het kabinet-Kok I definitief tot aanleg. Dit gebeurde nadat een speciale commissie zich had gebogen over nut en noodzaak van een aparte goederenspoorlijn. De Betuwelijn is dus een door alle grote politieke partijen gesteund project.
In 1989 werd nog niet gepraat over nut en noodzaak. Een goederenspoorlijn werd simpelweg beschouwd als goed voor van alles: de economie, de files, het milieu.
Het plan leidde echter tot veel protest van omwonenden. Economen ruzieden in tientallen elkaar tegensprekende rapporten over de rentabiliteit. Sinds 1995 noemt de politiek aanleg van de Betuwelijn een ‘strategisch besluit’, dat past in het concept Nederland Distributieland.
De protesten van omwonenden werden door de elkaar opvolgende kabinetten afgekocht met tunnels, tunnelbakken en andere hinderbeperkende maatregelen. Dit dreef de kosten op. Was in 1991 nog sprake van 1 miljard euro, intussen heeft de Betuwelijn zo’n 5 miljard gekost.
Van het ‘strategische besluit’ achter de Betuwelijn is niet veel meer over: het idee van het scheiden van goederenvervoer en reizigersvervoer is verlaten. Aftakkingen van de Betuwelijn (Elst-Hengelo en Elst-Venlo) die daarvoor nodig zouden zijn, vond de politiek te duur.
Ondanks de Betuwelijn zullen er dus goederentreinen blíjven rijden door steden als Almere, Lelystad en Zwolle. Toch vormde bij de 171 beroepszaken tegen de Betuwelijn voor de Raad van State de totstandkoming van ‘gescheiden vervoersstromen’ één van de belangrijkste argumenten van de landsadvocaat.
De enorme stijging van de kosten van de Betuwelijn (en in mindere mate de hogesnelheidslijn) leidde in 2003 tot een ‘parlementair onderzoek infrastructuurprojecten’. In 2005 concludeerde de onderzoekscommissie dat de Tweede Kamer „een grotere rol moet krijgen” bij het begin van de besluitvorming over infrastructuur. Nut en noodzaak van een groot infrastructureel project moeten van meet af aan duidelijk zijn.

De Betuwelijn gaat van Rotterdam naar Zevenaar. Bedoeling is dat rond 2015 er 150 goederentreinen per dag in beide richtingen de grens bij Zevenaar/Emmerich passeren. In Duitsland rijden de treinen over bestaand spoor.